Dick Franssen

UTRECHT- Dick Franssen. – foto: Angeliek de Jonge

Ik weet het nog precies. Ik kwam Dick tegen in de Achter Sint Pieter en stapte van mijn fiets om even een praatje te maken, Maar hij hield het kort: ‘Ik heb geen tijd. Ik ga op reportage naar de Tuinstraat.’

Hij zwaaide met een klein blocnote, en weg was hij. Het was in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw. De gemeente had besloten de Binnenstad toekomstbestendig te maken door de bouw van een serie ondergrondse parkeergarages inclusief bijbehorende sloop van verwaarloosde woningen. Ook de Tuinstraat moest voor de bijl.

De noordkant was al gesloopt, nu waren de onbewoonbaar verklaarde arbeidershuizen aan de zuidkant aan de beurt. Maar de tijden waren aan het veranderden. Acties voor behoud van de binnenstad, van de Tuinstraat, vonden weerklank. Het pand op nummer 6 werd gekraakt om voorbeeld voor restauratie te worden.

Kraakpand
Ik denk nu dat Dick toen op weg was naar dat gekraakte pand voor een stukje in het Utrechts Nieuwsblad. Ik kende hem via mijn vriendenkring, niet speciaal als journalist. Ik las het UN niet en volgde alle rumoer in de stad niet intensief. Op reportage, dat associeerde
ik met het verslaan van iets ‘groots’ – een ramp, verkiezingen, een ruilverkaveling. Op reportage naar een straat, dat vond ik maar raar. Natuurlijk had Dick het wel bij het rechte eind. De Tuinstraatkwestie was niet klein. Het had te maken met het vergooien van de kwaliteiten van de binnenstad als woongebied en cultuurhistorisch erfgoed, met gemeentelijke oogkleppen en mondige bewoners, en met de auto als heilige koe.
Dit eiste kortom om een degelijke en kritische journalistieke aanpak. Dit was een reportage helemaal waard. Daar stond Dick toen voor en daar stond hij ook al die jaren als hoofdredacteur van de Binnenstadskrant voor. De krant van en voor bewoners ontleent zijn kracht aan degelijke en kritische journalistiek. Goed dat Dick lid van de redactie blijft.”•

Marijke Brunt