Hobbelen in een rolstoel

2008

Bij de brasserie op de hoek van de Servetstraat wordt het menens. Over de stoep kunnen we niet verder, we moeten met de rolstoel de hobbelige keien van het Domplein op.

‘Au, au’, kreunt Gab.

Tanden op elkaar,’ beveel ik satanisch. ‘Niet kinderachtig zijn. We zijn niet voor ons plezier uit. We doen dit voor de Bin-nenstadskrant.’ ‘

Met een vriend, de 68-jarige oud-tv-regisseur Gab Toby, die sinds 3,5 jaar niet meer kan lopen, een middagje de Binnenstad in. Om tijdens de wandeling te horen wat hem zoal in die rolstoel overkomt. Hij heeft er zich op verheugd. Nog maar weinig komt hij zijn huis in de Albert van Dalsumlaan uit. En dat terwijl je hem vroeger veel zag. Actief in de politiek, horecaliefhebber.

Met de auto rijden we van zijn huis naar het Janskerkhof. Eenmaal in zijn rolstoel vraagt hij of ik de kuilen in het plaveisel zoveel mogelijk wil vermijden. ‘Je hebt in zo’n stoel direct contact met de grond. Je zit voortdurend te hobbelen. Mensen die last van hun buik hebben, voelen dat extra in de darmstreek.’

Bij Zusters blokkeert een stoel de doorgang. Even verder, op de hoek van het Oudkerkhof, moeten we de rijbaan op omdat het trottoir volstaat met bouwmateriaal. Gab vindt het allemaal niet ongewoon. ‘Het is overal zooi, dat zul je wel merken’.

Hij knikt in de richting van een naderende vrouw achter een kinderwagen: ‘Die weet er ook alles van’. Hij vertelt intussen dat hij in de rolstoel meer contact heeft met andere mensen. ‘Als je een beetje lacht dan lachen ze vaak terug. Je merkt het extra met kinderen. Dat komt omdat je op dezelfde hoogte bent.’

Op het Oudkerkhof kijken we welke winkels we zouden kunnen aandoen. Bij de serviezen is de drempel te hoog, maar beddenzaak Morpheus kun je moeiteloos binnen. Aan de overkant ligt voor de deur van de Society Shop een onneembare barricade in de vorm van een trapje met twee treden.

‘Die sierbestrating is wel leuk, maar voor mij niet’, zegt Gab, als we de Stadhuisbrug oversteken. Broese Selexyz en de bibliotheek blijken mooie opgangen te hebben. ‘Keurig, maar kunnen we bij Selexyz ook in de kel-der komen? ‘is de vraag. Ja hoor, achterin, wat verborgen, is een mooie glazen lift.

In de Choorstraat is het afzien. ‘Verschrikkelijk’, vindt Gab het plaveisel, dat inderdaad vol met kuilen zit. We kijken de Steenweg in: daar is het zo mogelijk nog erger. Dit zijn de straten met ongeveer de hoogste win-

154

155

kelhuren van Nederland, maar belabberder bestrating vind je waarschijnlijk nergens. Coffeebar Seven2Seven in de Servetstraat heeft een bakfiets met reclame voor de deur. Aan de andere kant staat het smalle trottoir vol fietsen. De rijbaan is de enige mogelijkheid.

Tijdens de koffie op het terras van Van Velzen op de Mariaplaats vertelt Gab over zijn Canta, het invalidenautootje dat hij dit jaar kreeg. Het staat de laatste maanden helaas werkloos voor zijn deur omdat hij problemen heeft met zijn enkel, waardoor hij de pedalen niet kan bedienen. ‘Maar het gaat de goede kant op’.

Ergens gaan eten, dat deed hij altijd al graag. Als hij nu naar een restaurant wil dat hij niet kent, dan belt hij altijd eerst op. ‘Ik had Chez Jacqueline aangeraden gekregen, maar daar kan ik niet in. Marjan (zijn vrouw) nam poolshoogte bij Olivier, en daar gaat het ook niet. Ik hoorde goede berichten over Artisjok op de Nieuwegracht, maar helaas, de toiletten zijn beneden.

Laatst waren we bij Zindering, dat was helemaal een ramp. Het personeel was heel negatief en lomp. We hadden de rolstoel ingeklapt naast m’n stoel gezet. ‘Kan dat ding niet weg’ vroegen ze. Marjan werd kwaad. ‘Maar dat zijn z’n benen’, zei ze.’

Hij is daarentegen wel te spreken over De Goedheyd in de Hamburgerstraat. ‘Ze staan daar heel positief tegenover rolstoelers. Ze denken mee, heel behulpzaam, zeer welwillend, ja, dat is het goede woord. Datzelfde geldt voor Soms in de Biltstraat en voor de restaurants in de buurt van De Hoogstraat.’

In het Polmanshuis kwam hij vroeger veel, zeker in de tijd dat hij nog in de filmbusiness zat. ‘Het was een soort incrowdje daar.’ Sinds zijn handicap was hij er nooit meer. ‘Er is daar een ontzettend steile hellingbaan. De vraag is: krijg je er hulp van binnenuit.’

Proef op de som. Helse oversteek van het Domplein, Domstraat in, Jansdam, hellingbaan. Redden we het, of gaan we onderuit? Komt er hulp? Een paar seconden nadat we boven voor de ramen zijn verschenen, komt iemand naar buiten. Het is de bedrijfsleider, een zeer hulpvaardig man.

Met Sjaak Ramakers, die een foto van ons maakt, drinken we wat. Gab vertelt dat hij, sinds hij in ’t ziekenhuis lag, geen alcohol meer lust.

‘Waarom koop je van het geld dat je daardoor uitspaart geen rolstoel met veren?’, vraagt Sjaak. ‘Dan ben je van dat gehobbel af.’ Maar volgens Gab bestaan dergelijk rolstoelen niet.

(Naschrift: de bestrating in de Binnenstad is intussen op veel plaatsen verbeterd, maar Gab heeft daar niets meer aan. Hij is in november 2013 overleden.)