Je eigen straatje vegen

2007

December is een dankbare maand voor de vrijwillige veegploeg van de Nieuwegracht. Volop bladeren op de straat en op de werf. ‘We wachten tot alles van de bomen is’, zegt veeghoofd Gerard Noordanus, hotelier in ruste.

Dit keer werd de aandacht verdeeld tussen vegen en feestvieren, want het was vijftien jaar geleden dat Joan Kipp, toenmalig bewoonster, met het buurtinitiatief begon. Een accordeonist/ liedjeszanger was ingehuurd, niemand minder dan Thijs Hanrath, één van de nieuwe redacteuren van de Binnenstadskrant. Hij stond achterop de gemeentelijke vuilnisschuit, en begeleidde de bewoners van de Nieuwegracht bij hun mooie werk. Een keer per maand, op de tweede zaterdag, komt de veegploeg in actie. Noordanus en zijn vrouw Puck regelen hun werkzaamheden, maken schema’s, houden bij wie zich heeft aangemeld.

In een brief aan de ‘geachte dames en heren vegers’ schrijven ze: ‘Door ons wordt verondersteld dat u allen aan deze activiteit uw bijdrage zult willen leveren op een zodanige wijze dat de Nieuwegracht in letterlijke en figuurlijke zin de schoonste gracht van Nederland mag zijn.’

In dezelfde wat gedragen stijl delen ze mee dat alle vegers twee lijsten krijgen, waarop zij achtereenvolgens de data moeten invullen waarop ze aanwezig willen zijn, ‘alsmede de datum waarop u het gezelschap – na gedane arbeid – wilt ontvangen’.

Die gezelligheid na afloop bij één van de vegers thuis is een belangrijk onderdeel. Natuurlijk, punt één is dat de Nieuwegracht er schoon uitziet, maar de sociale contacten doen er ook toe. Noordanus vindt dat zelfs het aardigste aspect. ‘Het is erg leuk om rond dat vegen allerlei mensen uit je buurt beter te leren kennen.’

Vanzelfsprekend komt ook de stadsreiniging op de Nieuwegracht. Maar al heel lang vinden de bewoners dat het nog wel een graadje schoner kan. En wat is er normaler dan je eigen stoepje vegen?

Tot hun spijt wil een goede afstemming maar niet lukken. Soms komt de stadsreiniging een paar dagen voordat de vrijwilligersploeg aan het werk gaat. Heel veel te vegen is er dan niet.

Van de mensen van het eerste uur zijn er nog een stuk of vijf over. Intussen is er veel nieuwe aanwas, zoveel zelfs, dat Noordanus nu een wachtlijst aanhoudt. De groep is nu tegen de veertig mensen, en dat is genoeg. Het is voldoende als iedereen per jaar vijf keer komt. Alleen in december, met alle bladeren, zijn meer vegers nodig.

Meestal is er volop werk. Noordanus: ‘Nederland verkeert in een staat van faillissement. Zelfs onze rotzooi ruimen we niet meer op. Het lijkt wel of iedereen die over de Nieuwegracht loopt daar z’n zakken leegt.’