Twitterloos

De Telegraaf, de Avrobode en Elzevier, daarmee liep je niet over straat.

Als je links was.

En links was ik natuurlijk in mijn jonge jaren. Trouwens nog wel een beetje, vind ik zelf. Nooit rechtser gestemd dan de PvdA.

De Avrobode zie ik nooit, Elsevier een enkele keer, maar De Telegraaf lees ik al twee jaar. Ik krijg hem van mijn buurman, als hij hem uit heeft. De verhalen over het wel en wee van Bekende (maar voor mij vaak onbekende) Nederlanders uit de amusementswereld zijn aan mij niet besteed, en al die ruimte voor Max Verstappen en Ajax, dat hoeft van mij ook niet.

Wat blijft er dan over? De ene dag meer dan de andere, maar vaak aardig wat. Een half uurtje ben ik er wel zoet mee, ook al omdat ik meestal Ronald Plasterk, Annemarie van Gaal, Leon de Winter en Nausicaa Marbe lees, die er om  beurten in schrijven.

Plasterks liefde voor de boeren deel ik niet, maar verder ik hem goed volgen. Van Gaal, een onderneemster, vind ik heel realistisch. De Winter is de man op rechts en Marbe draait elke week het kabinet door de gehaktmolen.

Op een economiepagina schrijft ‘s zaterdags een man van mijn hart: Jaap van Duyn. In een bescheiden opgemaakte column maakt hij met onweerlegbare feiten in weinig woorden duidelijk dat sommige dingen niet zijn zoals we misschien denken, bijvoorbeeld dat in perioden met een linkse regering de belastingdruk hoog is en wanneer rechts regeert de belastingdruk laag. In werkelijkheid is het omgekeerd: de belastingdruk is nog nooit zo hoog geweest als nu, tijdens het rechtse kabinet Rutte 4.

Rechts-populistisch, hoor je vaak. Niet van mij. Ik vind De Telegraaf wel enigszins populistisch, maar vaak eerder links dan rechts, met veel aandacht voor dingen die gewone mensen direct aangaan, zoals de voedselprijzen en de woningnood.

Een journalist die elke week een pagina over dat soort onderwerpen schrijft is Wierd Duk. Gek genoeg wordt hij door sommigen beschouwd als extreem rechts, of erger.

Eén van die mensen is Sander Schimmelpenninck, columnist van de Volkskrant. Op de tv noemde hij Duk laatst de grootste schandvlek van de Nederlandse journalistiek. En dat was Duk, zo lichtte hij toe, omdat hij alleen maar met mensen spreekt die het met hem eens zijn. Daarom zijn diens artikelen eigenlijk columns.

Verder ging zijn verklaring niet.

Ik kon het niet volgen.

Duk is actief op Twitter, en wat hij daar te berde brengt weet ik niet, want ik doe er niet aan, al weet ik dat ik mezelf daarmee tekort doe, want het is een belangrijk medium. Zo maakte onderwijsminister Dennis Wiersma, zijn peloton persvoorlichters passerend, zijn aftreden via Twitter bekend.

Anekdote (speelt 5 jaar geleden): Op bezoek bij een oud-bestuurslid Els van de Binnenstadskrant.

Ze zegt: ‘Nou, jij hebt heel wat over je heen gekregen’.

‘Ik weet van niks.’

‘ Op Twitter. Dat stukje over Saskia Noort…  een heleboel mensen waren des duivels’.

De literaire Binnenstad, zo heette het nummer waarin het stond.

In de eerste versie van de column voor bladzijde 2 had ik geschreven ik dat Saskia diverse keren op de School voor de Journalistiek groepen van mij volgde, onder meer  Rumoer, ‘tijdschrift voor Utrecht bij kunstlicht’. Als het klaar was brachten we ons prachtblad rond in café’s. Het werden lange avonden.

Saskia en ik liepen, zo schreef ik, nog wel eens samen op. We praatten over haar jeugd, haar ouders, het kunstenaarsdorp Bergen, enz. Heel gezellig allemaal.

En nu, in 2018, had Broese een hele etalage ingericht met alleen Saskia’s nieuwe boek Stromboli.

Voor publicatie liet ik het stukje lezen aan redacteur Bert. ‘Je lijkt wel een pedofiel’, zei hij. ‘Ik vind het niks. Het moet pittiger’.

‘Misschien heeft hij wel gelijk’, dacht ik, en maakte een tweede – definitieve – versie.

Ik ga niet herhalen wat ik toen over Saskia Noort schreef, maar aardig was het zeker niet. Over één punt moet ik het toch hebben, namelijk over mijn opmerking dat zij mij niet opgevallen was als een echt journalistiek talent.

Wat valt er afgelopen vrijdag bij het opruimen uit een kast? Gulliver,  vakantiemagazine van de lesgroep Reizen en Toerisme uit juni 1985. Bij alle verhalen staat mijn commentaar. En wat schreef ik bij het artikel van Saskia?

‘Zeer goed.’

Saskia, wel een beetje laat, maar toch nog mijn welgemeende excuses.